OMIRI - onze muziek

"Soms vind je schoonheid in de eenvoudigste gebaren," zei Vasco Ribeiro Casais zaterdagavond, vlak voor hij het podium op ging.

Op zaterdag 5 september liet de Portugese muzikant de wijk Nieuwe Kempen zeventig minuten lang naar zichzelf luisteren. Met OMIRI Genk bracht Casais zijn unieke werkwijze voor het eerst buiten Portugal. Een jaar lang verzamelde hij de klanken en beelden van 150 Genkenaren. Messen die gewet werden. Staal dat gelast werd. Thee die werd ingeschonken. Voetballen die knalden. Liederen die klonken. Petanqueballen die tegen elkaar kaatsten.

Die opnames werden zijn ritmesectie. Daarover speelde Casais viola braguesa, cavaquinho, Portugese doedelzak en sampler: elektrofolk waarin gereedschap een beat wordt en een stem uit een keuken een refrein. Ondertussen verschenen de gefilmde Genkenaren op grote videoprojecties tegen een gevel, midden in de wijk. Op het podium speelde Genks eigen talent mee: Nektaridoo, De Twins, Lara Koyuncu en verschillende koren.

Vanuit de diversiteit ontdek je talent, dat is wat communities ons geven

Koen Vanmechelen

Koen Vanmechelen haalde Casais naar Genk vanuit een gedeelde overtuiging in de kracht van diversiteit en communities. Kunstenaar en community werden deel van een gezamenlijk experiment. "En daar moet kunst net zijn: op zoek naar wat we nog niet kennen", stelt Vanmechelen. "Het globale bestaat enkel dankzij de generositeit van het lokale, vanavond geven we ons wilde gen de vrijheid om iets nieuws te maken." Burgemeester Wim Dries pikte de gedachte op: "Dat wilde gen zit ook in Genk. In onze diversiteit, en in de manier waarop we telkens opnieuw onze eigen weg zoeken."

Wat Casais opnam, stuurde hij zaterdagavond getransfromeerd en verweven terug naar het publiek. Na afloop stond hij zichtbaar geëmotioneerd op het podium: "Ik kwam hier als kunstenaar, maar ik kreeg er een les in gemeenschap voor terug. Ik neem Genk met mij mee, naar elke plek waar ik nog zal spelen."

"Diversiteit is onze grondstof," zei Wim Dries, die het optreden in- en uitleidde. Driehonderd mensen, van heel jong tot heel oud, uit Zwartberg en daarbuiten, dansten op hun eigen keuken, werkplaats en straat, die uit de luidsprekers klonken. "Tot de volgende keer," riep een van de Genkenaren naar Casais. "Waar kunnen we onze muziek kopen?"

In dat bezittelijk voornaamwoord lag de hele avond.